Van die dingen

Ik weet nog goed hoe blij ik was met mijn eerste tuin, hoe klein, schaduwrijk en vol koude taaie klei ook. Tussen de stoeptegels achter het huis groeiden prachtige moskussentjes die ik koesterde, daar achter lag een hobbelig mollenveldje met allemaal wilde planten die erop los woekerden en verder stond het tuintje propvol struiken en bomen die veel te groot werden en daar heb ik van geleerd.
Die tuin was mijn lust en mijn leven.
Het was dan ook schrikken om bij thuiskomst na een vakantie te ontdekken dat mijn schoonouders, die op de katten hadden gepast, met de beste bedoelingen mijn dierbare moskussens en allerlei ander leuk groen tussen de tegels hadden weggekrabd met mijn enige goede keukenmesje. Waarschijnlijk hebben ze ook zeker de helft van het naastgelegen woonerf leeggekrabd want het mesje was  voor een groot deel weggesleten, ik zie het ronde stompje nog voor mij.
Later maakte ik nog eens iets dergelijks mee, met een poezenoppas die alle  uitlopers van de frambozenstruik waar ik zo blij mee was  had uitgerukt. Maar dat was eigen familie, die kun je nog gewoon vragen om in het vervolg met hun tengels van je groen af te blijven, bij schoonfamilie moet je wat voorzichtiger zijn. Aan de andere kant ben je zelf ook net wat overgevoeliger voor zulke zaken als de ongevraagde ingreep van de koude kant komt, het lijkt kritiek, jouw onkruid wordt verwijderd omdat jij dat zelf niet doet.

Goed. Ik begreep het dus helemaal, de uitbarsting van mijn jongste. Verleden week kreeg ik nog een trotse foto van haar ‘daktuin’, een pallet gevuld met grond en plantjes. Op de lege plekken had ze nog wat zaadjes gestrooid.

Nu kwam ze thuis na een dag hard werken, bleek dat  de schoonfamilie had zitten wieden. Uitgebloeide bloemen waren verwijderd en het ‘onkruid’( zaaigoed) was uitgetrokken. “En als het onkruid was dan was het toch zeker MIJN onkruid!”

De komst van kinderen is iets wat je leven overhoop gooit, maar loslaten is moeilijker en ook  de komst van schoonkinderen stelt eisen aan je aanpassingsvermogen.  Ik neem mij nog maar weer eens voor om met mijn vingers van de huis-, tuin- en keukenbedoening van nageslacht en aanhang af te blijven, al jeuken ze nog zo erg. Desnoods maar even naar buiten om het gemeenteplantsoen te wieden.

Tenzij ze erom vragen natuurlijk

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in drama en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

6 reacties op Van die dingen

  1. Thérèse zegt:

    Oooo ik kan helemaal met je meevoelen. En wat een leuk idee zo’n pallet als tuin. Jammer dat ik het niet mag van Kwaster, want anders ging ik meteen -ná de rug dan- de plantmogelijkheden vergroten. Kwaster lijkt waarschijnlijk meer op je schoonfamilie. Hij is ook geen familie van mij. :)))

  2. Yak zegt:

    Ik zie nog mijn schoonmoeder mijn schoenlappersplant-in-winterstand uitrukte. Heeft er jaren over gedaan om bij te komen

  3. Sjoerd zegt:

    Als ik dit lees wordt het tijd voor een betonnen tuin, en mijn Japanse tuin de nek om te draaien…

  4. Hendrika zegt:

    Ik zou niet durven om in andermans/-vrouws tuin te tuinieren… . Ieder zijn/haar ding ;-).

  5. Ach jee … ik zie dat helemaal voor me …
    Op dergelijk momenten staat het huilen je nader dan het lachen … ;-(

  6. Ach wat een herkenbaar verhaal, ik heb een collega die iedere keer hetzelfde meemaakt en haar man erop uitstuurt om de boodschap over te brengen dat ze met de tengels ervan af moeten blijven. Maar ja diezelfde schoonouders staan ook wel weer altijd klaar voor het oppassen voor de kleinkinderen. Schoonouders, het blijft lopen op eieren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s